Tamar Roelofs
Berichten van een bruggenbouwer
Onze Nardus heeft binnen een jaar gezorgd voor 26 nakomelingen!
Nardus zelf was helaas niet meer te handhaven door diezelfde veel te hoge testosteronspiegel.
Als hobbyboer heb je een aantal opties om van je overtollige en ongewenste kleinvee af te komen.
Meegeven met de veehandelaar is praktisch gezien de meest voor de hand liggende keuze.
Zeker zodra je, emotioneel gezien, onderscheid kunt maken tussen huisdieren en hobbyvee.
De veehandelaar in ons dorp is er nog eentje van het oude soort, een beetje een scharrelaar.
Erg veel woorden worden er aan de handel niet vuil gemaakt. Nog snel een oormerkje in, krabbeltje op de parafernalia en dan weg ermee.
Vaak komt de handelaar na enige tijd hoogstpersoonlijk ons deel van de opbrengst langsbrengen.
Het wordt nooit helemaal helder waar de dieren naartoe gaan, maar van het erf is van het erf (zoals Jan dat zo mooi zegt).
Uiteraard moeten de beestjes dan wel eerst gevangen worden.
In onze begintijd leverde dat hilarische taferelen op, waarbij wij als een stel idioten door de wei moesten rennen om uiteindelijk met een snoekduik het schaap klemvast te krijgen.
Vaak stonden er geamuseerde toeschouwers op de dijk en werden we beloond met applaus.
Sinds het ontstaan van Marktplaats kunnen hobbyboeren elkaar veel makkelijker vinden en is er sprake van levendige handel.
Ik moet heel wat schapen kwijt nu en kom zo in contact met de meest uiteenlopende types.
Mensen willen de schapen voor de hobby of om op te eten, als cadeautje of met de bus komen ophalen.
Ik vind het boeiend om zo in iemands leven te gluren.
Een momentopname uit een leven dat ik niet ken of een gesprek met iemand dat spontaan waarschijnlijk nooit zou plaatsvinden.
Bovendien gaan de schapen zo vaker een langer en gelukkiger leven tegemoet dan met de handelaar.
Marktplaats volgt oeroude principes met de gemakken van de moderne tijd.
Oplossingen kunnen soms zo heerlijk simpel zijn.
In het verbetertraject “Medicatieveiligheid” van Zorg voor Beter is het aantal medicatiefouten gehalveerd.
Het “niet-storen-hesje” is de opvallendste van de genomen maatregelen.
Tijdens de medicatieronde en de voorbereiding hiervan draagt de verantwoordelijke medewerker een fluorescerend vestje met “Niet Storen” erop.
Slim, goedkoop en effectief.
En nu zelfs gratis: een leverancier van bedrijfskleding uit Ermelo stelt 200 hesjes ter beschikking.
Voor 1 september surfen naar www.prosonshop.nl en bestellen.
Succes!
Het meest voor de hand liggende alternatief voor “het gordijntje” is een muur.
De trend is ook om 1-persoonskamers te bouwen.
Hierdoor neemt de privacy en het gevoel van controle enorm toe, 2 belangrijke parameters binnen Evidence Based Design.
Daarnaast dragen 1-persoonskamers bij aan infectiepreventie en het verminderen van medische en/of verpleegkundige fouten.
Mogelijkheden om een commercieel, aanvullend zorg-en dienstenpakket aan te bieden komen ook binnen handbereik.
Sommigen zullen dit zorgdifferentiatie of voorrangszorg noemen maar in mijn optiek valt uitbreiding van zorg-en dienstenaanbod in de categorie zorgondernemerschap.
De 1-persoonskamer is niet enkel een architectonische verandering maar vraagt ook om zorginhoudelijke en strategische antwoorden en keuzes
Hoe richt je zo’n 1-persoonskamer in? Wat betekent dat voor de werkwijze van de zorgverleners? Wat betekent dat voor de logistiek en bezetting? Zijn er aparte plekken voor sociaal verkeer en hoe komt iemand daar?
Welke aanvullende zorg- en dienstverlening wil en kun je leveren?
De meerkosten voor de bouw van 1-persoonskamers kunnen binnen afzienbare tijd worden terugverdiend mits de zorgaanbieder het onderliggende concept en het bijbehorende plan op orde heeft.
Ooit heeft iemand bedacht dat een gordijntje rond het ziekenbed de patient privacy biedt op de gewenste momenten.
Zodat je, ook als je bedgebonden bent, een goed gesprek met je arts of familie kunt voeren en rustig je dagelijkse boodschap kunt doen.
Ook handig voor tijdens de wasbeurt en je kunt er verder heel subtiel mee aangeven in welke mate je open staat voor sociaal contact met je kamergenoten.
En nog ruimtesparend en goedkoop ook!
Niets van dit alles, wat mij betreft.
Van een stuk doorschijnende stof dat tot kniehoogte reikt mag je ook niet zoveel verwachten.
Wellicht ooit uit nood geboren maar inmiddels ontmaskerd als schijnoplossing en een gevaar voor de gezondheid.
Wist u dat deze gordijntjes een enorme hoeveelheid micro-organismen herbergen?
Ze worden door iedereen open en dicht gedaan, juist op momenten dat er lichaamssappen aan te pas komen.
En waar de patienten komen en gaan en het bed lekker door de wasstraat gaat, blijft het gordijntje vaak ongestoord hangen.
Hoedt u zich dus als ontwerpers met gordijntjes aankomen.
Er zijn alternatieven die effectief, veilig en logisch zijn.
|
Submitted on 2009/03/31 at 11:00am
hallo bep |
Beste Bep,
Bedankt voor je reactie op mijn blog “Wie wil mijn geld lenen?”
Helaas kan ik je niet verder helpen.
Om in aanmerking te komen voor een “gratis offerte” moet je behoorlijk wat persoonlijke informatie achterlaten en het kan niet anders dan dat daar allerlei analyses op worden losgelaten.
Onze identiteit, en daarmee kredietwaardigheid, ligt in de digitale wereld immers voor het oprapen.
Waarschijnlijk val jij buiten de kaders en zijn daarmee je kansen gelijk verkeken.
Zelfs als je maar 300 euro wilt lenen.
Je geluk is dat je nu niet maandenlang telefonisch, schriftelijk en digitaal wordt lastiggevallen.
Ik hoop van harte dat je een suikeroom/tante hebt,
succes,
Tamar
Er was wat geduld voor nodig dit jaar maar het is zover!
De kachel is uit en de deuren gaan open.
Ik weet niet precies wat het is met de lente maar de wereld knapt er altijd zo heerlijk van op.
Nu zit ik hier natuurlijk ook wel op de eerste rang; de grutto’s zijn weer neergestreken, de schapen dartelen met hun lammetjes in het frisse gras, de knoppen zwellen op en je kunt het riet letterlijk zien groeien.
In de moestuin staan de kleine preitjes dapper heen en weer te zwaaien in de wind en in de kas beloven de fambrozen bakken vol zoetigheid.
Uiteraard steekt ook mijn aartsvijand de brandnetel de kop weer op en vergt het heel wat noeste arbeid om Moeder Natuur bij te kunnen benen.
Tuinieren en hobbyboeren is een beetje voor God spelen maar uiteindelijk buig ik toch altijd weer het hoofd voor de kracht en logica van de natuur.
Het is bijvoorbeeld heerlijk om in 1 keer een heel “brandnetelstelsel” uit de grond te trekken maar ik weet dat ze achter mijn rug en onder de grond alweer druk bezig zijn met de volgende aanval.
Ik kan de hortensia’s en rozen perfect snoeien en bemesten maar dat zegt nog niets over de bloei.
Onze lammetjes staan kort na de geboorte al pittig op de pootjes maar ze kunnen ook zomaar ziek of verstoten worden, met slechte afloop.
De eend zit te nietsvermoedend te broeden, terwijl ik al weet dat de eksters de eieren of zelfs pulletjes zullen gaan verorberen.
Toch weerhoudt al deze relativering en realiteitszin me niet om vol enthousiasme en opwinding aan de slag te gaan.
Het is eigenlijk wel rustgevend om onderdeel te zijn van het grote geheel.
Ik kan een plant niet laten groeien maar ik kan ‘m wel verzorgen, waardoor ie sterker, groter en mooier kan worden.
Onkruid en andere ongein ga ik met geduld te lijf en ik accepteer dat het wel minder zal worden maar nooit zal verdwijnen.
Mag ik een vaag parallelletje naar een zorgorganisatie trekken?
Laat u niet ontmoedigen door onkruid en grotere krachten!
Als je zaait zal het ontkiemen, ook al zijn niet alle plantjes even sterk.
Help bestaande planten door dood hout weg te snoeien en ze licht, ruimte en voeding te geven.
Probeer niet meteen de hele tuin strak te trekken maar begin in 1 hoek.
En vergeet niet te genieten van de dingen die je zelf hebt gerealiseerd maar ook van wat schijnbaar vanzelf gaat!
In de krant (Parool, 18 maart) stond een stuk met grote kop “Orbis in de problemen door luxe ziekenhuis”.
Daar kan ik me echt boos over maken.
10 jaar geleden heeft Mw. Borst met Orbis afgesproken dat ze een ziekenhuis voor de 21ste eeuw zouden mogen ontwerpen en bouwen, eentje die niet bij oplevering alweer verouderd is. Orbis is deze uitdaging aangegaan met veel ambitie en inzet.
Inmiddels zijn de tijden behoorlijk veranderd en daar lijkt Orbis nu de dupe van te worden.
De laatste fase van het bouwproces verloopt als een soap en beschuldigende vingers wijzen in de richting van “het luxe ziekenhuis”.
Als je je verdiept in de feiten en werkelijke gang van zaken komen er genoeg partijen bovendrijven, die nu onterecht buiten schot blijven en er wordt verder weinig positiefs gemeld over de nieuwe mogelijkheden en ervaringen die het ziekenhuis gaat bieden.
De nieuwbouw van Orbis, een ziekenhuis, revalidatiecentrum, ggz, zorgboulevard en parkeergarage, kost waarschijnlijk 370 miljoen.
Het “kader van het Bouwcollege” wordt dan al met minstens 65 miljoen overschreden.
De meerkosten worden grotendeels veroorzaakt door ICT-toepassingen, techniek en bewuste keuze voor duurzame materialen en ruimtelijkheid.
De Bouwmaatstaven dienden immers, voor het eerst, slechts als basis en niet als doel.
In het geval van Orbis wordt 220 miljoen gefinancierd door Fortis/ABN en al in 2005 wordt een akkoord gesloten met de EIB (Europese Investerings Bank) voor nog eens 180 miljoen. Waarom loopt het nu dan toch mis?
Orbis kan niet beschikken over de lening van de EIB, zolang het Waarborgfonds voor de Zorg (WfZ) niet garant staat.
Na 2,5 jaar rekenen heeft het WfZ laten weten dat ze geen garantie voor Orbis afgeeft en dat is het dan.
Orbis kan niet anders dan zich weer melden bij de reguliere banken.
Na veel discussie is daar een, waarschijnlijk erg duur, overbruggingskrediet uit komen rollen.
Op voorwaarde dat het EIB-geld alsnog komt.
En nu maar hopen dat dat goed gaat…
Zorgaanbieders worden continue uitgedaagd om strategische keuzes te maken en zo hun organisaties om te vormen voor de nieuwe tijd.
Het ligt voor de hand om te kiezen voor investeringen in het eigen vastgoed en organisatie.
Sommige zorgaanbieders hebben al behoorlijk wat vastgoed in handen en dat kan vaak best vernieuwing of vervanging gebruiken.
Bovendien is huisvesting bepalend voor het imago en de functionaliteit van de organisatie.
Met andere woorden: of het een fijne beleving is en of je er lekker kunt werken.
Om dat, voor de hand liggende, doel te bereiken zal een zorgaanbieder met een brede blik moeten kijken.
Aan huisvesting op zichzelf heb je namelijk nog niet zo veel.
Pas samen met zorg, bedrijfsvoering en cultuur begint het ergens op te lijken.
En dan komt er nog eens veel energie, tijd en aandacht bij kijken.
Helaas is het financieel risicoprofiel van de zorgaanbieder in het algemeen zodanig slecht,dat investeerders zich er maar moeilijk aan wagen.
Ook als het gaat om goede concepten en plannen, die het verdienen om uitgevoerd en bestudeerd te worden.
Wie wil er ook investeren in een sector waar de wetgeving zwabbert en winstdeling slechts in de kinderschoenen staat?
Ik ben me ervan bewust dat het allemaal zeer complexe materie is, maar toch.
Misschien kunnen de kibbelende heren uit hun Torentje komen en een handje helpen?
De sector kan niet rekenen op garanties van de overheid maar wordt wel in een streng markttuigje gehesen.
Innovatie, ontwikkeling en samenwerking komen als eerste in het gedrang, er is simpelweg geen geld voor.
En voor je het weet sta je stil en ben je alleen nog maar aan het overleven.
Ik maak me zorgen over Orbis.
Hopelijk wordt de boel niet afgeraffeld en komt het ook met de ICT helemaal in orde.
Anders zullen we namelijk nooit weten hoe het had kunnen zijn.
In het Kurhaus kun je vergaderen in de Result Room.
De ruimte verandert, met een druk op de knop, volledig van sfeer.
Geur, kleur, beeld, geluid en catering worden aangepast naar gelang het doel van de bijeenkomst.
Wetenschappers van de TU Delft hebben 6 verschillende vergaderdoelen gedefinieerd en bij elk daarvan een totaalsfeer ontworpen.
Niet alleen die specifieke sfeer zou een positieve invloed moeten hebben, ook het vooraf vaststellen van het vergaderdoel bevordert de uiteindelijke resultaten.
In de brochure staat dat men zich heeft laten inspireren door onderzoek in de gezondheidszorg, waaruit bleek dat mensen met uitzicht op een park eerder met ontslag konden dan hun lotgenoten met uitzicht op een stenen muur.
Dit moet haast wel refereren aan het onderzoek van Roger Ulrich, waarmee hij in de jaren tachtig de basis legde voor wat we nu ”Evidence Based Design” noemen.
Ik vraag me af of ze in Scheveningen en Delft ook de essentie van EBD hebben weten te vatten.
Als de effecten van de Result Room niet onderzocht en vastgelegd worden, dan kom je namelijk niet verder dan een goed uitgevoerd idee en de bijbehorende goede bedoelingen.
Al googlend vind ik de wervende brochure voor dit gastvrije en leuke concept maar geen verdere onderbouwing of vervolgonderzoek.
Ik hoop dat dat er wel is, het liefst inclusief 0-metingen.
Nou is het zeker niet zo dat ik de wetenschap hoger heb zitten dan de praktijk.
Het kan ook gewoon leuk zijn om eens zo te vergaderen, of het nou voor afleiding of resultaten zorgt.
Wetenschappelijke, objectieve resultaten zijn wel verdraaid handig als je adviezen wilt onderbouwen of huisvestingsimpasses wilt doorbreken.
Zeker in de gezondheidszorg.
Het zou mooi zijn als de zorgomgeving met dezelfde passie en middelen onderzocht wordt als bijvoorbeeld farmaceutische innovaties.
Gelukkig gebeurt dit ook steeds meer en wordt erkend en ook bewezen dat de omgeving, fysiek en sociaal, van grote invloed is op gezondheid en genezing.
Concepten als de Result Room kunnen ons veel leren over de effecten van de omgeving, mits steviger onderbouwd dan met quotes van enthousiaste gebruikers.
Na een relatief lange stilte wend ik mij weer tot jullie, mijn trouwe danwel toevallige lezers.
Ik werd door andere, praktische zaken in beslag genomen en leed daarnaast onder een vrij ernstig inspiratiegebrek.
De blog is ook niet de meest eenvoudige communicatievorm, dus ik kan heel wat begrip voor mezelf opbrengen.
De blog biedt een ongekende mogelijkheid om je eigen mening en gedachten wereldkundig te maken maar is, zolang er geen reacties en discussies volgen, zeer eenzijdige communicatie. Dat vind ik lastig.
Maatschappijkritische en huis-tuin-keukenblogs liggen me wel maar op het gebied van de zorgarchitectuur is er sprake van verschillende inzichten, meningen en smaak.
Dus wie ben ik dan om vanalles te beweren? Wil ik wel zo eenzijdig communiceren terwijl ik de voorkeur geef aan gepassioneerde discussie en gezamenlijke creativiteit?
U kunt zich voorstellen dat met deze vragen in het hoofd de blogs nou niet bepaald de pen uitschieten.
Toch heb ik besloten om het genre te omarmen en te waarderen om wat het is.
Er zijn zoveel ontwikkelingen en onderwerpen die aandacht verdienen, dat het stom zou zijn om deze kans te laten liggen.
Ik wil me niet meer laten afschrikken door kwetsbaarheid, vrees voor gebrek aan nuance en twijfel over de belangstelling.
Een blog is geen artikel en ook geen statement.
Het is mijn luikje naar het internet.
“To read/react or not to read/react?” laat ik verder aan u.
De afgelopen tijd zijn we getrakteerd op ultiem winterweer. De vergezichten werden hier steeds mooier en al gauw begaven de eerste Zaankanters zich op het ijs. Ongeveer op hetzelfde moment stond ik nog tegen onze kitten van amper 3 kilo te schreeuwen dat ie er als de sodeju af moest komen. Ik blijf tenslotte een Limburger.
Gelukkig hield Koning Winter vol en hij kwam dan ook afgelopen weekend tot een absoluut hoogtepunt. De toenemende drukte op de Reef en de zon waren reden genoeg om een Koek en Zopie te openen in de tuin. Op zaterdag hebben we behoorlijk wat schaatsers kunnen voorzien van homemade erwtensoep en theemettic.
Inmiddels is van al die gezelligheid niet veel meer over. De dooi zorgt voor blubber en zwoegende pompen. Positief bekeken kunnen de sneeuwklokjes nu wel gaan doorbreken.
Ik ben eerlijk gezegd wel weer toe aan de lente en wat meer licht. De lente brengt ook nieuwe energie voor professionele projecten. Soms is er enkel een zetje in de goede richting nodig om de hele trein weer in beweging te krijgen. Ik ben er wel klaar voor.
Buiten de lopende projecten hou ik me op dit moment bezig met een artikel over Welzijnsbevorderende Huisvesting, de EBD (Evidence Based Design)-accreditatie van het Center for Health Design en de ontwikkeling van een TV-format. Daar wil ik in dit nieuwe jaar ook meer van in mijn blog stoppen. Ik kan jullie vermaken met mijn belevenissen op de boerderij en met Nepalezen maar ik neem jullie liever mee naar het fascinerende grensgebied tussen zorg, wetenschap en architectuur.
Maar voordat het zover is toch nog een anekdote:
De huizen voor de Nepalezen zijn met veel kunst- en vliegwerk enigszins bewoonbaar geworden.
Een groot deel van het werk hebben ze zelf gedaan en ik voorspel nu al dat horizontaal behangen de nieuwe trend wordt.
Echt waar, dat kan prima, net als latex en tape over je plinten en kozijnen.
De goedkope stoffering is met te weinig lijm en liefde gelegd en bobbelt aan alle kanten. Wordt een leuk inburgeringsmoment als we gaan klagen.
En de elektroboer was wel goedkoop maar deed dan ook niet aan service, laat staan aansluitingen.
Ondertussen waren de CV-ketels in alle huizen ermee opgehouden.
Echt in drievoud verhuizen met hindernissen.
Van de officiele instanties hoef je, behalve veel post, op zo’n moment niet veel te verwachten. Echt praktische hulp en informatie krijg je als vluchteling nauwelijks. En zie je dan maar eens te redden in onze maatschappij.
Er zijn gelukkig ook hoogtepunten; met een volgeladen bus rondcrossen, het diner bij ons thuis en het onaflatende enthousiasme van de dames in de meldkamer van de storingsdienst. Als de rochelende CV-ketels nou gewoon vervangen worden dan komen we al een heel eind.
Volgende week gaan we nog een keer naar de Kringloop met de grote bus voor kasten, bedden en zuks. Dan is de huisraad vrijwel compleet en kunnen ze zich echt gaan richten op hun toekomst in Nederland. En ik hoop dat er wat moois van komt.
Datzelfde hoop ik voor onze zorgsector. Het rommelt en rammelt aan alle kanten. En dat bedoel ik in positieve en negatieve zin. Ik zou er graag een positief jaar van maken, verder kijken dan de neus lang is en voorbij eigen of ouderwetse belangen. Met een overheid die niet belemmert maar bestuurt en een zorgsector die de schouders eronder zet.
De tijd zal het leren.. op naar de lente