Tamar Roelofs
Berichten van een bruggenbouwer
Ik ben een hobbyboer.
Ja, dat mag ik inmiddels toch wel van mezelf zeggen. 5 jaar geleden kwam ik als echt stadsmens in de polder terecht. Toen we de sleutel van ons nieuwe huis kregen, heb ik meteen een konijnenhok in de tuin neergezet met 2 konijntjes uit de opvang erin. De toon was gezet.
Al snel kwamen we erachter dat het best zielig was voor Fred en Wilma dat zij in een kooi zaten terwijl hun soortgenoten er vrolijk omheen huppelden. Onze buurman, zo’n echte oude robuuste boer, heeft namelijk in de schuur een kleine konijnenfokkerij en daar ontsnapt nog wel eens wat….
Fred en Wilma werden dus al snel vrijgelaten. Uiteraard hadden wij er niet bij stil gestaan dat zij geen enkele kans zouden maken in de echte wereld. (lees: vossen, sperwers, buizerds, marters..)
Hobbyboeren is van schade en schande wijs worden. Je moet transformeren van huisdierenhouder naar boer en zelf ontdekken waar je evenwicht ligt daarin.
In het begin liep ik met elk verweesd of verdwaald beestje naar Jan ( de buurman). Met kuikentjes en konijntjes maar ook met premature geitjes ( zelfs de veearts had gezegd dat die geit niet zwanger was!) en doodzieke lammetjes.
Jan is regelrecht uit het Zaanse veen getrokken en is dus niet zo snel van zijn stuk te brengen. Het zal allemaal wel en we zien het wel. Dat was voor mij toen wel een verfrissende zienswijze, ik wilde vooral “iets”doen.
Inmiddels ben ik erachter dat je als boer 2 dingen nodig hebt: liefde voor dieren en respect voor de natuur. De rest heb je niet onder controle. Zo vond ik 2 jaar geleden een totaal verwormd lammetje, verstoten en op weg naar de dood. Jan gaf het beestje weinig kans. Nou ben ik niet te beroerd om mijn medische kennis en kunde in de praktijk te brengen , dus ik heb Robin enkele ferme klysma’s gegeven en de nodige abcessen gedraineerd. Ze herstelde goed en de weken daarna heb ik haar met de fles grootgebracht. Robin is nog steeds bij ons en drentelt altijd achter me aan. Jan was diep onder de indruk en gaf me het gevoel dat ik nu een echte boer was geworden.
Gelukkig blijft er altijd wat te lachen met stadse lui in de polder:
maart dit jaar heb ik een witte stamboekram opgehaald in Drenthe. Volgens de hobbyboerenboeken was het dekseizoen toch echt voorbij, dus ik heb Nardus van de Wittenberg gewoon in de wei gezet.Tot onze grote verbazing werden wij in augustus verrast door een ware geboortegolf. Nardus had blijkbaar een warm onthaal gekregen en ALLE ooien bezwangerd.
Bij het scheren was ons niets opgevallen en had ik zelfs, voor het eerst, 3 ooien uit de koppel gehaald om naar de slacht af te voeren. Het duurde 4 dagen voordat ik me bedacht en zelfs deze scharminkels hebben nog een lam gekregen.
Eentje daarvan was heel klein. Hij lag roerloos in de stal en ik dacht dat hij al dood was. Bijna dus, maar niet helemaal. Wat doe je dan? Ik laat ‘m niet zo liggen.
Hij ging mee naar huis, werd Fredje genoemd en we begonnen met ieniemienie-beetjes warme melk te priegelen. Fredje was al snel deel van het gezin en werd met alle liefde en zorg omringd.
Fredje sliep 3 nachten in een kratje bij ons op de kamer (veilig voor de poezen) en is toen alsnog gestorven. Met bloemetjes en al erbij hebben we ‘m in de tuin begraven.
We waren best verdrietig maar het is wonderlijk om te zien hoe een kind van 3 accepteert dat het zo gaat. Fredje kon er niets aan doen, wij ook niet.
Het gaat zoals het gaat en we zien wel wat er komt,
een zienswijze die niet alleen waarde heeft voor (hobby)boeren.